Naar de inhoud

Woordenschat en communicatie · Onderwerp 20 · A1 · 8 vragen · ongeveer 20 minuten

Tegenstellingen

groot – klein, duur – goedkoop, komen – gaan: meer dan 230 paren woorden met een tegenovergestelde betekenis, met uitleg, verdeeld in groepen: bijvoeglijke naamwoorden, woorden voor tijd en plaats, mensen en werkwoorden.

Uitleg

Leer woorden samen met hun tegenovergestelde

Als je woorden samen met hun tegenovergestelde leert, onthoud je ze makkelijker: groot – klein, duur – goedkoop. Ook om op het examen een tekst te begrijpen, zijn deze paren heel handig: open ↔ dicht, toegestaan ↔ strafbaar.

In deze lijst staan alle paren met een tegenovergestelde betekenis uit het boek, met uitleg, verdeeld in groepen per onderwerp. Bij veel bijvoeglijke naamwoorden maak je het tegenovergestelde met het voorvoegsel on-: eerlijk → oneerlijk, mogelijk → onmogelijk.

Bijvoeglijke naamwoorden: hoe? (A–K)

Het woord links en het tegenovergestelde, met uitleg.

WoordBetekenisTegenovergesteldeBetekenis
aanaangezet (licht, apparaat)uituitgezet
aanweziger zijn, op de plekafweziger niet zijn, niet op de plek
aardigvriendelijk, leukonaardigniet vriendelijk, niet leuk
afhankelijkanderen nodig hebbenonafhankelijkniemand nodig hebben, vrij
actiefbezig, doet veelinactiefniet bezig, doet weinig
andereniet dezelfdedezelfdeniet anders, gelijk
armmet weinig geldrijkmet veel geld
bangvoelt angstmoedigdurft veel, zonder angst
bekendveel mensen kennen hetonbekendniemand kent het
belangrijkvan grote waardeonbelangrijkvan weinig waarde
beleefdmet goede manierenonbeleefdzonder goede manieren
betergoed, maar meer dan iets andersslechterslecht, maar meer dan iets anders
bewustje weet wat je doetonbewustje weet niet wat je doet
bezetin gebruik, niet vrijvrijniet in gebruik, beschikbaar
bijzonderspeciaal, niet gewoonnormaalgewoon, zoals altijd
blijgelukkig, vrolijkverdrietigongelukkig, met tranen
bolnaar buiten gebogenholnaar binnen gebogen
botsnijdt niet goed (mes)scherpsnijdt goed
breedwijd, met veel ruimtesmalmet weinig ruimte
dapperzonder angstlafmet veel angst
dichtniet openopenniet dicht
diepver naar benedenondiepniet ver naar beneden
handigpraktisch, kan iets goedonhandigniet praktisch, kan iets niet goed
dikgroot van omvang; zwaar (persoon)dunklein van omvang, niet dik
donkerzonder lichtlichtmet veel licht
doodniet meer in levenlevendin leven
droogzonder waternatmet water
drukmet veel mensen of werkrustigstil, kalm
duurkost veel geldgoedkoopkost weinig geld
echtzoals het hoort, niet neponechtnep, niet echt
eenvoudigniet moeilijkmoeilijkniet makkelijk
eerlijkzegt de waarheid; rechtvaardigoneerlijkzegt de waarheid niet; niet rechtvaardig
expresmet opzetper ongelukzonder opzet
fijnin kleine stukjes; prettiggrofin grote stukken, niet glad
gebruiktal eerder gebruiktnieuwnog niet gebruikt
geduldigkan rustig wachtenongeduldigkan niet rustig wachten
geschiktpast goedongeschiktpast niet goed
gewoonzoals altijdongewoonniet zoals altijd
gezondgoed voor je lichaamongezondslecht voor je lichaam
gieriggeeft niet graag geld uitvrijgeviggeeft graag aan anderen
gladje glijdt makkelijk uit; zonder bobbelsruwmet bobbels, niet glad
glanzendgeeft licht terugdofgeeft geen licht terug
goedniet slechtslechtniet goed
grootniet kleinkleinniet groot
halfde helftheelalles, compleet
hardniet zachtzachtniet hard
heelniet kapotkapotniet heel, gebroken
heetheel warmkoudniet warm
helderduidelijk, doorzichtigtroebelniet doorzichtig, vuil
hetzelfdeniet andersverschillendniet hetzelfde
hoogver naar bovenlaagniet ver naar boven
horizontaalvan links naar rechtsverticaalvan boven naar beneden
interessantleuk om te wetensaai / oninteressantniet leuk om te weten
jongniet oudoudniet jong
juistgoed, zonder foutonjuistfout, niet goed
knapmooi om te zien; slimlelijkniet mooi om te zien
kortniet langlangniet kort
koudniet warmwarmniet koud
deelbaarkan in delenondeelbaarkan niet in delen
Bijvoeglijke naamwoorden: hoe? (L–Z)Vergrendeld

Dit deel is voor leden.

Tijd, plaats en hoeveelheidVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Mensen en familieVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Andere zelfstandige naamwoordenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

WerkwoordenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Het tegenovergestelde met on-Vergrendeld

Dit deel is voor leden.

Tegenstellingen uit de KNS-aantekeningenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Hoe oefen je?Vergrendeld

Dit deel is voor leden.

Woorden die je moet kennen

  • groot – kleinbig – small
  • duur – goedkoopexpensive – cheap
  • open – dichtopen – closed
  • vroeg – laatearly – late
  • makkelijk – moeilijkeasy – difficult
  • toegestaan – strafbaarallowed – punishable
  • komen – gaanto come – to go
  • kopen – verkopento buy – to sell

Voorbeeldvragen

1 / 8
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Wat is het tegenovergestelde van 'duur'?

What is the opposite of 'duur' (expensive)?

duur ↔ goedkoop.

Test jezelf

1 / 8
0 van 8 beantwoord · 0 goedJe antwoorden worden op dit apparaat bewaard.
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Wat is het tegenovergestelde van 'duur'?

Kies een antwoord

Mijn antwoorden

  • 2Wat is het tegenovergestelde van 'vroeg'?Vergrendeld
  • 3Wat is het tegenovergestelde van 'afhankelijk'?Vergrendeld
  • 4Wat is het tegenovergestelde van 'kopen'?Vergrendeld

Nog 7 vragen bij dit onderwerp

Maak een account en krijg met Premium toegang tot alle uitleg, toelichtingen en proefexamens. Je kunt Premium eerst gratis proberen.

Gratis proberen
Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens