Naar de inhoud

Grammatica · Onderwerp 8 · A1 · 8 vragen · ongeveer 11 minuten

Vragen stellen: vraagwoorden en woordvolgorde

Vragen stellen

Leer ja/nee-vragen stellen en vragen met vraagwoorden zoals wie, wat, waar, wanneer, hoe. Je ziet ook zinnen waarmee je bij de gemeente, de dokter of op school beleefd om informatie vraagt.

Uitleg

Vragen stellen

In het dagelijks leven stel je steeds vragen: waar vertrekt de bus, hoe laat is de afspraak, hoeveel kost dit? Ook op het spreek- en luisterexamen moet je vragen snel begrijpen.

In sommige talen maak je een vraag met een klein woordje of een uitgang, en blijft de woordvolgorde hetzelfde. In het Nederlands verandert de woordvolgorde: het werkwoord komt naar voren. In dit onderwerp leer je twee soorten vragen en de belangrijkste vraagwoorden.

Ja/nee-vragen

Bij vragen met als antwoord ja of nee staat de persoonsvorm op de eerste plaats, en het onderwerp komt direct daarna: Je woont in Leiden. → Woon je in Leiden? / U heeft een afspraak. → Heeft u een afspraak?

Is er een tweede werkwoord, dan blijft dat achteraan: Kunt u dat herhalen? Staat jij/je na het werkwoord, dan valt de -t weg: Werk je morgen?

  • Spreekt u Turks?Do you speak Turkish?
  • Heb je kinderen?Do you have children?
VraagwoordenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Vragen met welk / welke en hoeVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Beleefde vragen op officiële plekkenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Let op het vraagwoordVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Veelgemaakte foutenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Woorden die je moet kennen

Voorbeeldvragen

1 / 8
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Welke vraag is correct?

Which question is correct?

Na het vraagwoord komt eerst het werkwoord en dan het onderwerp. Bij u wordt het werkwoord woont.

Test jezelf

1 / 8
0 van 8 beantwoord · 0 goedJe antwoorden worden op dit apparaat bewaard.
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Welke vraag is correct?

Kies een antwoord

Mijn antwoorden

  • 2Kies het goede vraagwoord: ___ kost dit brood? – Twee euro.Vergrendeld
  • 3Kies het goede vraagwoord: ___ begint de les? – Om negen uur.Vergrendeld
  • 4Welke vraag is correct?Vergrendeld

Nog 7 vragen bij dit onderwerp

Maak een account en krijg met Premium toegang tot alle uitleg, toelichtingen en proefexamens. Je kunt Premium eerst gratis proberen.

Gratis proberen
Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens