Het is 14.30 uur. Hoe zeg je dat?
It is 14.30. How do you say this?
Bij half noem je het volgende uur: 14.30 → half drie (een half uur vóór drie uur).
Grammatica · Onderwerp 9 · A1 · 8 vragen · ongeveer 14 minuten
Leer in het Nederlands getallen, de tijd en de datum zeggen. Je ziet vooral waarom half drie 2.30 is, en hoe je prijzen en je geboortedatum zegt.
De tijd van een afspraak, een telefoonnummer, een adres, een prijs, een geboortedatum… Getallen kom je in het dagelijks leven en in elk deel van het examen tegen. Op het luisterexamen is het goed verstaan van een tijd of een prijs vaak het antwoord op de vraag.
Twee dingen zijn in het Nederlands anders dan in veel andere talen: vanaf 21 zeg je eerst de eenheden en dan de tientallen (eenentwintig = een-en-twintig), en bij de klok zeg je half met het volgende uur. In dit onderwerp leer je dat stap voor stap.
Leer 1 tot en met 12 en de tientallen uit je hoofd; de andere getallen maak je daarmee. 13 tot en met 19 eindigen op -tien. Tientallen die niet in de tabel staan: 60 zestig, 70 zeventig, 90 negentig.
| getal | Nederlands | getal | Nederlands |
|---|---|---|---|
| 1 | een | 11 | elf |
| 2 | twee | 12 | twaalf |
| 3 | drie | 13 | dertien |
| 4 | vier | 14 | veertien |
| 5 | vijf | 20 | twintig |
| 6 | zes | 30 | dertig |
| 7 | zeven | 40 | veertig |
| 8 | acht | 50 | vijftig |
| 9 | negen | 80 | tachtig |
| 10 | tien | 100 / 1000 | honderd / duizend |
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Het is 14.30 uur. Hoe zeg je dat?
It is 14.30. How do you say this?
Bij half noem je het volgende uur: 14.30 → half drie (een half uur vóór drie uur).
Het is 14.30 uur. Hoe zeg je dat?
Maak een account en krijg met Premium toegang tot alle uitleg, toelichtingen en proefexamens. Je kunt Premium eerst gratis proberen.