U praat op straat met een oudere vrouw die u niet kent. Wat zegt u?
You are talking to an older woman you don't know in the street. What do you say?
Tegen volwassenen die je niet kent en tegen oudere mensen zeg je u; dat is beleefd.
Grammatica · Onderwerp 12 · A1 · 8 vragen · ongeveer 11 minuten
In het Nederlands zeg je u als je beleefd wilt zijn en jij/je als je informeel praat. Je leert tegen wie je wat zegt, hoe je beleefd om iets vraagt en hoe je een officiële e-mail begint en afsluit.
Net als in veel andere talen heeft het Nederlands een informele en een beleefde vorm: jij (zonder nadruk je) is informeel, u is beleefd. u gebruik je bij volwassenen die je niet kent, bij oudere mensen, bij de dokter, bij de gemeente en in een sollicitatiegesprek. Vrienden, familie, kinderen en vaak ook collega's zeggen je tegen elkaar.
In Nederland gaan mensen vaak snel over op je. Zegt iemand Zeg maar je., dan kun je gewoon je gebruiken. Weet je het niet zeker? Zeg dan eerst u; ook op het examen is u altijd veilig.
Bij u krijgt het werkwoord dezelfde vorm als bij hij/zij: stam + -t: u werkt, u woont, u komt. Bij zijn zeg je u bent, niet u is. Bij hebben zijn beide vormen goed: u heeft en u hebt; u heeft hoor je het meest.
Het bezittelijk voornaamwoord bij u is uw: uw naam, uw adres, uw afspraak. Bij jij is het jouw, of zonder nadruk je: jouw fiets, je moeder. In een vraag staat u na het werkwoord, maar het werkwoord verandert niet: Woont u hier? (Vergelijk: Woon jij hier?)
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
U praat op straat met een oudere vrouw die u niet kent. Wat zegt u?
You are talking to an older woman you don't know in the street. What do you say?
Tegen volwassenen die je niet kent en tegen oudere mensen zeg je u; dat is beleefd.
U praat op straat met een oudere vrouw die u niet kent. Wat zegt u?
Maak een account en krijg met Premium toegang tot alle uitleg, toelichtingen en proefexamens. Je kunt Premium eerst gratis proberen.