Naar de inhoud

Leestekst · 12 · A1 · ongeveer 8 minuten · Gratis

Een boze buurman

Een verhaal op A1-niveau uit de reeks Samen lezen, over de bewoners van de Julianastraat in Kaasdorp. Lees de tekst en beantwoord daarna de gespreksvragen in het Nederlands.

Tekst

Het is zaterdag 21 oktober en het is mooi weer buiten. Vandaag geven Omar en Nimo Hoesein een feest voor de buren in de Julianastraat. Omar zet stoelen en een tafel in de tuin en hij haalt de parasol uit de schuur. Dan kunnen de gasten vanmiddag uit de zon zitten. Nimo is bezig in de keuken. Ze kookt daar een Somalische maaltijd. De kinderen moeten allemaal meehelpen. De kleine Halima ruimt de tuin op en zet bloemen op de tafel. Abdi moet de zware flessen met frisdrank naar buiten dragen: de cola en de sinas. Ali draagt de kopjes en de glazen. Voorzichtig Ali, anders breek je iets! Alles staat klaar voor het feest. Maar dan heeft Abdi een goed idee. Hij haalt de radio uit de woonkamer en brengt hem naar de tuin. Bij een feest hoort muziek, zegt Abdi, en hij zet de radio aan. Hij zoekt een zender met leuke muziek. Een beetje harder alsjeblieft, zegt Halima. Ik hoor het niet goed. Abdi zet de radio iets harder. Is het zo goed? roept hij. Maar zijn broer Achmed staat achter in de tuin, en daar hoort hij niets. Doe nog maar een beetje harder die muziek, zegt Achmed. Nu zet Abdi de radio keihard. In het huis van de buren op nummer 5 ligt Jan Smit nog te slapen. Op vrijdag moet hij altijd tot laat in de avond werken. Daarom blijft hij op zaterdag meestal lang in zijn bed liggen. Maar vandaag wordt hij vroeg wakker. Hoe laat is het eigenlijk? Jan Smit kijkt op de wekker. Die staat op het nachtkastje in zijn slaapkamer. Het is pas tien uur! Hoe komt het dat hij zo vroeg wakker is geworden? Dan hoort Jan de harde muziek. De herrie komt van buiten. Jan Smit komt in pyjama zijn bed uit en steekt zijn slaperige hoofd uit het raam. Hij kijkt in de tuin van zijn nieuwe buren. Hij ziet drie kinderen. Ze doen samen een dansje op het gras. Uit een radio op de tafel komt harde popmuziek. Hé, jullie daar! roept Jan Smit. Hé! Kan dat niet een beetje zachter? De kinderen kijken omhoog en zien een boos hoofd met slordige haren. Abdi schrikt en rent naar de radio. Hij zet de muziek uit. Sorry meneer, roept hij. Ik wist niet dat u nog sliep! We proberen of de radio het doet. Het is voor het feest van vanmiddag! O, zegt Jan Smit. Dat is waar ook. Ik was dat feest vergeten. Gaat u maar weer slapen, meneer, roept Abdi. We laten de radio uit. Nee, zegt Jan Smit. Nu is het te laat. Nu hebben jullie mij wakker gemaakt. Maar denk eraan, volgende week zaterdag slaap ik tot elf uur. Dan wil ik geen last van jullie hebben! Goed meneer, zeggen de kinderen beleefd. Het boze hoofd van de buurman verdwijnt weer naar binnen. De kinderen zijn even heel stil. Ze kijken elkaar aan. En dan moeten ze lachen om die buurman met zijn ongekamde haren.

Praat mee

1. Waarover gaat de tekst, denk jij?

2. Ken jij mensen die last hebben van herrie bij de buren?

3. Ga je zelf weleens klagen bij de buren als je last hebt van herrie?

4. Komen de buren weleens bij jou klagen?

Zinnen uit de tekst

Enkele zinnen uit de tekst en wat ze betekenen.

  • Dan kunnen de gasten vanmiddag uit de zon zitten.Then the guests can sit out of the sun this afternoon.
  • Voorzichtig Ali, anders breek je iets!Careful, Ali, or you'll break something!
  • Alles staat klaar voor het feest.Everything is ready for the party.
  • Bij een feest hoort muziek, zegt Abdi, en hij zet de radio aan.A party needs music, says Abdi, and he turns on the radio.
  • Een beetje harder alsjeblieft, zegt Halima. Ik hoor het niet goed.A bit louder please, says Halima. I can't hear it well.
  • Abdi zet de radio iets harder. Is het zo goed? roept hij.Abdi turns the radio up a little. Is it OK like this? he calls.
  • In het huis van de buren op nummer 5 ligt Jan Smit nog te slapen.In the neighbours' house at number 5, Jan Smit is still asleep.
  • Daarom blijft hij op zaterdag meestal lang in zijn bed liggen.That's why on Saturdays he usually stays in bed for a long time.
  • Hé! Kan dat niet een beetje zachter?Hey! Can't you turn it down a bit?
  • Sorry meneer, roept hij. Ik wist niet dat u nog sliep!Sorry sir, he calls. I didn't know you were still sleeping!
  • Ik was dat feest vergeten.I had forgotten about that party.
  • We laten de radio uit.We'll leave the radio off.
  • De kinderen zijn even heel stil. Ze kijken elkaar aan.For a moment the children are very quiet. They look at each other.
  • En dan moeten ze lachen om die buurman met zijn ongekamde haren.And then they can't help laughing at that neighbour with his uncombed hair.

Werkwoorden uit de tekst

De vervoeging van werkwoorden uit de tekst:

weten: ik weet – ik wist – ik heb geweten (kennis hebben van iets)

slapen: ik slaap – ik sliep – ik heb geslapen (rusten met je ogen dicht)

rennen: ik ren – ik rende – ik heb / ben gerend (heel snel lopen)

schrikken: ik schrik – ik schrok – ik ben geschrokken (plotseling bang worden)

Woorden die je moet kennen

Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens