Naar de inhoud

Leestekst · 10 · A1 · ongeveer 8 minuten · Gratis

Kennismaken met de nieuwe buren

Een verhaal op A1-niveau uit de reeks Samen lezen, over de bewoners van de Julianastraat in Kaasdorp. Lees de tekst en beantwoord daarna de gespreksvragen in het Nederlands.

Tekst

Vandaag komen er nieuwe bewoners in de Julianastraat nummer 3. Meneer Kok staat al de hele middag voor het raam te wachten. Om vier uur 's middags rijdt een verhuiswagen de straat binnen. Eindelijk, daar komen ze. De nieuwe buren! Meneer Kok staat voor zijn raam te kijken. Eerst ziet hij de verhuizers, vier sterke mannen in blauwe werkkleding. Ze openen de grote deuren van de verhuiswagen en halen de meubels eruit. Een tafel en stoelen en kasten en lampen en bedden en dozen. Heel veel dozen, misschien wel honderd! Wat veel spullen, denkt meneer Kok. Dat moet een grote familie zijn! Dan stopt er een auto bij huisnummer 3. Een man stapt uit de auto, en daarna een vrouw. En dan volgen een ... twee ... drie ... vier kinderen. Wat een groot gezin, denkt meneer Kok. Een buitenlands gezin. Meneer Kok loopt naar de keuken. Hij pakt een bosje bloemen uit een emmer met water. Dan maakt hij zijn hond Kees vast aan de riem en gaat naar buiten. De nieuwe familie staat nog op de stoep voor het huis. Goedemiddag buren, zegt meneer Kok. Welkom in de Julianastraat. De nieuwe buren kijken naar hem. Ze zien een meneer met een hond. Drie jongetjes en een meisje willen de hond aaien. Niet doen, roept de moeder. Dat is gevaarlijk. Die hond bijt misschien! Nee hoor, zegt meneer Kok. Mijn hond bijt niet. Kom maar. De kinderen komen en meneer Kok geeft ze allemaal een hand. Dag meneer, zegt de oudste jongen. Mijn naam is Ali Hoesein. Ik ben elf jaar. Goedemiddag, zegt de tweede jongen. Ik heet Abdi. Ik ben negen jaar. Hallo, zegt het meisje. Ik ben Halima Hoesein. En ik ben zeven jaar. Hoi, zegt het kleinste jongetje. Ik heet Achmed. Ik ben zes. En ik ben de buurman, zegt meneer Kok. En dit is Kees, jullie buurhond. De vader en moeder van de kinderen stappen nu ook naar voren. Meneer Kok geeft het bosje bloemen aan de moeder. Welkom in de Julianastraat, zegt hij. Mijn naam is Kok, met K - O - K. Waar komen jullie vandaan? Wij komen uit Utrecht, zegt de vader. Ik ben Omar Hoesein en mijn vrouw heet Nimo. Dat bedoel ik niet, zegt meneer Kok. Ik bedoel: uit welk land komen jullie? Uit Somalië, zegt Omar. Maar wij hebben twee jaar in Utrecht gewoond. Is dit een fijne straat om in te wonen? vraagt Nimo. Is het een veilige straat voor onze kinderen? Jazeker, zegt meneer Kok. En ik kan het weten, want ik woon hier al veertig jaar. Kan ik jullie uitnodigen voor een kopje koffie? Vandaag of een andere keer? Heel graag, zeggen Omar en Nimo. Maar liever een andere keer. Want wij moeten eerst onze honderd dozen uitpakken!

Praat mee

1. Met wie heb jij deze week kennisgemaakt?

2. In hoeveel verschillende huizen heb jij gewoond?

3. Is het leuk om te verhuizen?

4. Is het leuk om nieuwe buren te krijgen?

Voorbeeldantwoorden

Voorbeeldantwoorden uit de aantekeningen van de docent (verbeterd):

In hoeveel verschillende huizen heb jij gewoond? – Ik heb in drie verschillende huizen gewoond.

Is het leuk om te verhuizen? – Nee, ik vind verhuizen niet leuk.

Is het leuk om nieuwe buren te krijgen? – Ja, ik vind het leuk om nieuwe buren te krijgen.

Zinnen uit de tekst

Enkele zinnen uit de tekst en wat ze betekenen.

  • Vandaag komen er nieuwe bewoners in de Julianastraat nummer 3.Today new residents are coming to Julianastraat number 3.
  • Eindelijk, daar komen ze. De nieuwe buren!At last, here they come. The new neighbours!
  • Eerst ziet hij de verhuizers, vier sterke mannen in blauwe werkkleding.First he sees the removal men, four strong men in blue work clothes.
  • Ze openen de grote deuren van de verhuiswagen en halen de meubels eruit.They open the big doors of the removal van and take the furniture out.
  • Heel veel dozen, misschien wel honderd!Lots and lots of boxes, maybe even a hundred!
  • Wat veel spullen, denkt meneer Kok. Dat moet een grote familie zijn!What a lot of things, thinks Mr Kok. That must be a big family!
  • Wat een groot gezin, denkt meneer Kok.What a big family, thinks Mr Kok.
  • Niet doen, roept de moeder. Dat is gevaarlijk. Die hond bijt misschien!Don't do that, the mother calls. It's dangerous. That dog might bite!
  • Nee hoor, zegt meneer Kok. Mijn hond bijt niet. Kom maar.No, not at all, says Mr Kok. My dog doesn't bite. Come on.
  • Dag meneer, zegt de oudste jongen.Hello sir, says the oldest boy.
  • En dit is Kees, jullie buurhond.And this is Kees, your neighbour dog.
  • Waar komen jullie vandaan?Where are you from?
  • Dat bedoel ik niet. Ik bedoel: uit welk land komen jullie?That's not what I mean. I mean: which country are you from?
  • Maar wij hebben twee jaar in Utrecht gewoond.But we lived in Utrecht for two years.
  • Is dit een fijne straat om in te wonen?Is this a nice street to live in?
  • Is het een veilige straat voor onze kinderen?Is it a safe street for our children?
  • Jazeker, zegt meneer Kok. En ik kan het weten, want ik woon hier al veertig jaar.Certainly, says Mr Kok. And I should know, because I have lived here for forty years.
  • Kan ik jullie uitnodigen voor een kopje koffie? Vandaag of een andere keer?Can I invite you for a cup of coffee? Today or another time?
  • Heel graag, zeggen Omar en Nimo. Maar liever een andere keer.We'd love to, say Omar and Nimo. But preferably another time.
  • Want wij moeten eerst onze honderd dozen uitpakken!Because first we have to unpack our hundred boxes!

Werkwoorden uit de tekst

De vervoeging van werkwoorden uit de tekst:

uitstappen ↔ instappen: Hij stapt uit de auto. – Hij stapt in de auto. (eruit gaan ↔ erin gaan)

bijten: De hond bijt. – De hond heeft gebeten. (met je tanden in iets of iemand happen)

Woorden die je moet kennen

Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens