Naar de inhoud

Leestekst · 11 · A1 · ongeveer 7 minuten · Gratis

De buren uitnodigen

Een verhaal op A1-niveau uit de reeks Samen lezen, over de bewoners van de Julianastraat in Kaasdorp. Lees de tekst en beantwoord daarna de gespreksvragen in het Nederlands.

Tekst

Omar en Nimo Hoesein en hun kinderen zijn verhuisd naar de Julianastraat. Ze wonen daar nu al drie weken. Alle dozen uit de verhuiswagen zijn uitgepakt. De tafel en de zes stoelen staan in de woonkamer, en de bank staat er ook. De bedden staan in de slaapkamers, en alle kleren hangen in de kasten. Op een dag zegt Nimo tegen haar man: Weet je nog, Omar? Op de verhuisdag hebben we bloemen gekregen van onze buurman. Ik vind dat we hem nu moeten uitnodigen in ons huis. Dan kunnen we hem leren kennen en bedanken voor de bloemen. Ik heb een beter idee, zegt Omar. We nodigen alle buren uit. Dan kunnen we ook kennismaken met de andere mensen in de straat. Volgende week zaterdag, dan is iedereen vrij. We maken Somalisch eten, rijst met vlees en zo. Omar pakt pen en papier en begint direct te schrijven. Beeste buuren, schrijft Omar. Waai will juulie uutnoodig. Nimo kijkt mee over de schouder van haar man. Mmm, denkt ze, is dat wel goed geschreven? Ik snap er helemaal niets van. Nimo zegt: Jij schrijft niet goed Nederlands, Omar. Geef mij die pen eens, dan probeer ik het. Byste byren, schrijft Nimo. Wy nydyg j yyt fyr somaly yt. Omar kijkt mee terwijl Nimo de brief schrijft. Mmm, denkt hij. Is dat echt beter geschreven? Omar zegt: Volgens mij is dat ook fout. Dat begrijpen de buren niet. Dan komt Halima de kamer binnen, hun dochter van zeven jaar. Ze loopt naar haar ouders. Wat doen jullie daar? vraagt ze. Wij willen de buren uitnodigen, zegt Nimo. Voor Somalisch eten en drinken. Maar wij kunnen niet goed Nederlands schrijven. Wil jij het proberen? Goed, zegt Halima. Ze neemt de pen in haar kleine hand. BeeSTe bRuN, schrijft Halima, en dan weet ze het niet meer. Gelukkig komt de oudste zoon de kamer binnen. Iedereen is blij. Geef die pen maar aan mij, zegt Ali. Wat moet ik schrijven? We willen onze buren uitnodigen, zegt Omar. Voor Somalisch eten en drinken. Ze zijn allemaal welkom op zaterdag 21 oktober, 's middags om vier uur. Goed, zegt Ali, en dan begint hij te schrijven. Beste buren, schrijft Ali. Wij nodigen jullie uit voor een kennismakingsfeest op zaterdag 21 oktober om vier uur's middags. Het is een feest met somalisch eten en drinken en chips en pizza en macaroni en vlees en patat met mayonaise en koek en snoep en ijs en taart en bonbons. De groeten van de familie Hoesein, Julianastraat 3, 2806 AB Kaasdorp. Zo, zegt Ali en hij legt de pen neer. Nu zullen ze wel komen, denk ik. O nee, Ali! Wat heb je nu gedaan!

Praat mee

1. De buren uitnodigen, wat betekent dat?

2. Nodig jij de buren weleens uit met een briefje?

3. Vind je het moeilijk om een uitnodiging te schrijven?

4. Wie helpt jou met het schrijven van briefjes?

Zinnen uit de tekst

Enkele zinnen uit de tekst en wat ze betekenen.

  • Alle dozen uit de verhuiswagen zijn uitgepakt.All the boxes from the removal van have been unpacked.
  • Op een dag zegt Nimo tegen haar man: Weet je nog, Omar?One day Nimo says to her husband: Do you remember, Omar?
  • Op de verhuisdag hebben we bloemen gekregen van onze buurman.On moving day we got flowers from our neighbour.
  • Dan kunnen we hem leren kennen en bedanken voor de bloemen.Then we can get to know him and thank him for the flowers.
  • Ik heb een beter idee, zegt Omar. We nodigen alle buren uit.I have a better idea, says Omar. We'll invite all the neighbours.
  • Dan kunnen we ook kennismaken met de andere mensen in de straat.Then we can also get to know the other people in the street.
  • Volgende week zaterdag, dan is iedereen vrij.Saturday next week; everyone is free then.
  • We maken Somalisch eten, rijst met vlees en zo.We'll make Somali food, rice with meat and so on.
  • Nimo kijkt mee over de schouder van haar man.Nimo looks over her husband's shoulder.
  • Mmm, denkt ze, is dat wel goed geschreven? Ik snap er helemaal niets van.Hmm, she thinks, is that written correctly? I don't understand any of it.
  • Jij schrijft niet goed Nederlands, Omar.You don't write Dutch well, Omar.
  • Geef mij die pen eens, dan probeer ik het.Give me that pen, then I'll try.
  • Omar kijkt mee terwijl Nimo de brief schrijft.Omar watches while Nimo writes the letter.
  • Volgens mij is dat ook fout. Dat begrijpen de buren niet.I think that is wrong too. The neighbours won't understand it.
  • Dan komt Halima de kamer binnen, hun dochter van zeven jaar.Then Halima, their seven-year-old daughter, comes into the room.
  • Ze loopt naar haar ouders. Wat doen jullie daar? vraagt ze.She walks over to her parents. What are you doing there? she asks.
  • Wij willen de buren uitnodigen, zegt Nimo. Voor Somalisch eten en drinken.We want to invite the neighbours, says Nimo. For Somali food and drinks.
  • Maar wij kunnen niet goed Nederlands schrijven. Wil jij het proberen?But we can't write Dutch well. Do you want to try?
  • Goed, zegt Halima. Ze neemt de pen in haar kleine hand.All right, says Halima. She takes the pen in her small hand.
  • en dan weet ze het niet meer.and then she doesn't know any more.
  • Gelukkig komt de oudste zoon de kamer binnen. Iedereen is blij.Luckily the oldest son comes into the room. Everyone is happy.
  • Geef die pen maar aan mij, zegt Ali. Wat moet ik schrijven?Give that pen to me, says Ali. What should I write?
  • We willen onze buren uitnodigen, zegt Omar.We want to invite our neighbours, says Omar.
  • Goed, zegt Ali, en dan begint hij te schrijven.All right, says Ali, and then he starts to write.
  • De groeten van de familie Hoesein.Best wishes from the Hoesein family.
  • Zo, zegt Ali en hij legt de pen neer.There, says Ali, and he puts the pen down.
  • Nu zullen ze wel komen, denk ik.Now they will come, I think.
  • O nee, Ali! Wat heb je nu gedaan!Oh no, Ali! What have you done!

Werkwoorden uit de tekst

De vervoeging van werkwoorden uit de tekst:

verhuizen: ik verhuis – ik verhuisde – ik ben verhuisd (naar een ander huis gaan)

verhuizen naar: Ik verhuis volgende maand naar Nederland.

groeten ≠ groenten: De groeten van de familie Hoesein. – Ik koop groenten op de markt. (een groet ≠ eten zoals wortels en sla)

Woorden die je moet kennen

Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens