zelfstandig naamwoord · het-woord · A1 · veelgebruikt
het feest
Wat betekent “feest”?
Meervoud: de feesten

Betekenis
- Engels
- party
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Zaterdag geven we een feest.On Saturday we're having a party.
- Het Suikerfeest vieren we met de hele familie.We celebrate the Sugar Feast with the whole family.
- Alles staat klaar voor het feest.Everything is ready for the party.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 230 woorden over Het dagelijks leven.