Naar de inhoud
Inburgering Nu
Videolessen
Examens
Uitleg
Woordgames
Prijzen
Inloggen
Gratis beginnen
Nederlandse woorden
4153 woorden met betekenis, lidwoord de/het, voorbeeldzinnen en uitspraak.
Woord zoeken
Alle
A1
939
A2
1767
B1
1447
Per letter
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Beginnend met Z
131 woorden
Filters wissen
de
zaal
hall
·
zelfstandig naamwoord
A2
zacht
soft; quiet
·
bijvoeglijk naamwoord
A1
het
zadel
saddle
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zak
pocket; bag, sack
·
zelfstandig naamwoord
A2
zakelijk
businesslike, business
·
bijvoeglijk naamwoord
B1
het
zakgeld
pocket money
·
zelfstandig naamwoord
A2
zakken
to fail (an exam); to drop
·
werkwoord
A2
de
zalf
ointment
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zalm
salmon
·
zelfstandig naamwoord
A2
het
zand
sand
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zandbak
sandpit
·
zelfstandig naamwoord
A2
het
zandkasteel
sandcastle
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zandzak
sandbag
·
zelfstandig naamwoord
B1
de
zaterdag
Saturday
·
zelfstandig naamwoord
A1
het
zebrapad
zebra crossing
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zee
sea
·
zelfstandig naamwoord
A1
de
zeehaven
seaport
·
zelfstandig naamwoord
A2
de
zeep
soap
·
zelfstandig naamwoord
A1
de
zeespiegel
sea level
·
zelfstandig naamwoord
B1
de
zeevruchten
seafood
·
zelfstandig naamwoord
B1
zeggen
to say
·
werkwoord
A1
zeker
sure, certain; certainly
·
bijvoeglijk naamwoord
A2
de
zekerheid
certainty; security
·
zelfstandig naamwoord
B1
zelden
seldom
·
bijwoord
B1
zelf
self
·
voornaamwoord
A2
de
zelfbeschikking
self-determination
·
zelfstandig naamwoord
B1
zelfs
even
·
bijwoord
B1
de
zelfscankassa
self-checkout
·
zelfstandig naamwoord
A2
zelfstandig
independent(ly)
·
bijvoeglijk naamwoord
A2
de
zelfstandige
self-employed person
·
zelfstandig naamwoord
A2
1 / 5
Volgende