zelfstandig naamwoord · de-woord · A1
de tram
Wat betekent “tram”?
Meervoud: de trams
Betekenis
- Engels
- tram
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Ik neem de tram naar mijn werk.I take the tram to work.
- De tram rijdt elke tien minuten.The tram runs every ten minutes.
Uitdrukkingen
- met de tram gaanto go by tram
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 271 woorden over Verkeer en reizen.