werkwoord · A1 · veelgebruikt
fietsen
Wat betekent “fietsen”?
Verleden tijd: fietste – fietstenPerfectum: heeft / is gefietst

Betekenis
- Engels
- to cycle
Voorbeeldzinnen
- Mijn kinderen fietsen naar school.My children cycle to school.
- Ik heb vandaag tien kilometer gefietst.Today I cycled ten kilometres.
- Ga je mee fietsen?Are you coming cycling?
Uitdrukkingen
- leren fietsento learn to ride a bike
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 271 woorden over Verkeer en reizen.