Skip to content

Reading text · 9 · A1 · about 6 minutes · Free

A move in Julianastraat

Een verhuizing in de Julianastraat

An A1 story from the Samen lezen series about the people of Julianastraat in Kaasdorp. Read the text, then try to answer the discussion questions in Dutch.

Text

Kaasdorp is een gemeente in de provincie Zuid-Holland. In Kaasdorp zijn een gemeentehuis, een basisschool en een ziekenhuis. Er zijn een voetbalclub voor kinderen en een verzorgingshuis voor ouderen. Op de markt vind je een Rabobank, een bibliotheek en een winkelcentrum. Buiten het dorp is een kaasfabriek. Daar werken meer dan tachtig mensen. Meneer Kok werkt niet meer. Hij is 73 jaar en hij is met pensioen. Meneer Kok woont in Kaasdorp in de Julianastraat op nummer 1. Hij woont daar al veertig jaar en hij kent alle buurtbewoners. Want hij wandelt elke dag met zijn hond door de buurt. In de Julianastraat op nummer 5 wonen Jan Smit en zijn Thaise vrouw Wanna. Vroeger was Jan taxichauffeur, maar nu werkt hij als chauffeur op een bus. Wanna doet overdag schoonmaakwerk en 's avonds gaat ze naar school. Wanna wil zorghulp worden. Ze wil werken met oude en zieke mensen. Op nummer 7, naast Jan en Wanna Smit, woont de familie Bakker. Ron Bakker is automonteur en zijn vrouw Maria is huisvrouw. Ron en Maria hebben één zoon, zijn naam is Maarten. Maarten is vijftien jaar en hij houdt van voetballen en van muziek. Naast de familie Bakker, op nummer 9, woont de familie Bos. Tim en Els Bos werken allebei vier dagen in de week. Tim is huisschilder en Els werkt als telefoniste in het ziekenhuis. Hun dochter Rosa is drie jaar. Als haar vader en moeder werken, gaat Rosa naar de crèche. Op de hoek op nummer 11 wonen Farid Benali en zijn vrouw Sara. Farid werkt bij de politie in Kaasdorp. Sara gaat twee dagen per week naar een Nederlandse taalcursus. Volgend jaar moet ze inburgeringsexamen doen. Het huis in de Julianastraat op nummer 3 staat leeg. Hier woonde vroeger de familie Jansen. Bas, de loodgieter, en zijn vrouw Anneke. Maar Bas en Anneke zijn vorige week verhuisd naar de stad. Ze hebben daar een huis gekocht. Vandaag komen er nieuwe mensen in de Julianastraat nummer 3. Meneer Kok staat al de hele middag voor het raam naar buiten te kijken. Hij wil graag weten wie zijn nieuwe buren worden. Wat zullen het voor mensen zijn? Jonge mensen of oude mensen? Aardige of vervelende mensen? Nederlanders of buitenlanders? Mensen met een hond of mensen met een kat? Ja, meneer Kok is heel erg nieuwsgierig!

Let's talk

1. Is er ook een Julianastraat in jouw woonplaats?

2. In welke straat woon jij?

3. Wonen er in jouw straat Nederlanders en buitenlanders?

4. Welke beroepen hebben de mensen in jouw straat?

5. Ken je aardige mensen in jouw straat?

6. Ken je vervelende mensen in jouw straat?

Example answers

Example answers from the teacher's notes (corrected):

In welke straat woon jij? – Ik woon in de Molenstraat.

Wonen er in jouw straat Nederlanders en buitenlanders? – Ja, in mijn straat wonen ze allebei.

Welke beroepen hebben de mensen in jouw straat? – De mensen in mijn straat hebben verschillende beroepen.

Ken je aardige mensen in jouw straat? – Ja, ik ken veel aardige mensen in mijn straat.

Ken je vervelende mensen in jouw straat? – Ja, ik ken af en toe vervelende mensen in mijn straat.

Sentence translations

Some sentences from the text with their English meaning.

  • Hij kent alle buurtbewoners.He knows all the people in the neighbourhood.
  • Wanna doet overdag schoonmaakwerk en 's avonds gaat ze naar school.Wanna does cleaning work during the day and in the evening she goes to school.
  • Hier woonde vroeger de familie Jansen.The Jansen family used to live here.
  • Ze hebben daar een huis gekocht.They have bought a house there.
  • Meneer Kok staat al de hele middag voor het raam naar buiten te kijken.Mr Kok has been standing at the window looking outside all afternoon.
  • Wat zullen het voor mensen zijn?What kind of people will they be?
  • Jonge mensen of oude mensen?Young people or old people?
  • Aardige of vervelende mensen?Nice or unpleasant people?
  • Nederlanders of buitenlanders?Dutch people or foreigners?
  • Mensen met een hond of mensen met een kat?People with a dog or people with a cat?

Verb notes

The forms of verbs from the text:

wonen: ik woon – ik woonde – ik heb gewoond (to live)

verhuizen: ik verhuis – ik verhuisde – ik ben verhuisd (to move house)

kopen: ik koop – ik kocht – ik heb gekocht (to buy)

Words you need

Finished the topic?

Try what you learned in a reading or listening practice exam.

Go to practice exams