Naar de inhoud
Inburgering Nu
Videolessen
Examens
Uitleg
Woordgames
Prijzen
Inloggen
Gratis beginnen
Nederlandse woorden
4153 woorden met betekenis, lidwoord de/het, voorbeeldzinnen en uitspraak.
Woord zoeken
Alle
A1
939
A2
1767
B1
1447
Per letter
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Beginnend met Z
36 woorden
Filters wissen
zacht
soft; quiet
·
bijvoeglijk naamwoord
A1
de
zaterdag
Saturday
·
zelfstandig naamwoord
A1
sea
·
zelfstandig naamwoord
A1
soap
·
zelfstandig naamwoord
A1
to say
·
werkwoord
A1
six
·
telwoord
A1
sixteen
·
telwoord
A1
sixty
·
telwoord
A1
to put, to place
·
werkwoord
A1
seven
·
telwoord
A1
seventeen
·
telwoord
A1
seventy
·
telwoord
A1
ill, sick
·
bijvoeglijk naamwoord
A1
hospital
·
zelfstandig naamwoord
A1
illness, disease
·
zelfstandig naamwoord
A1
to see
·
werkwoord
A1
she; they
·
voornaamwoord
A1
to be
·
werkwoord
A1
to sing
·
werkwoord
A1
to sit; to be (located)
·
werkwoord
A1
so, like this; soon
·
bijwoord
A1
to look for
·
werkwoord
A1
sweet
·
bijvoeglijk naamwoord
A1
summer
·
zelfstandig naamwoord
A1
summer holiday
·
zelfstandig naamwoord
A1
sun
·
zelfstandig naamwoord
A1
Sunday
·
zelfstandig naamwoord
A1
without
·
voorzetsel
A1
son
·
zelfstandig naamwoord
A1
south
·
zelfstandig naamwoord
A1
1 / 2
de
zee
de
zeep
zeggen
zes
zestien
zestig
zetten
zeven
zeventien
zeventig
ziek
het
ziekenhuis
de
ziekte
zien
zij
zijn
zingen
zitten
zo
zoeken
zoet
de
zomer
de
zomervakantie
de
zon
de
zondag
zonder
de
zoon
zuid
Volgende