Naar de inhoud

zelfstandig naamwoord · het-woord · B1

het zelfvertrouwen

Wat betekent “zelfvertrouwen”?

Lettergrepen: zelf·ver·trou·wen

Betekenis

Engels
self-confidence

Dit woord krijgt “het”.

Voorbeeldzinnen

  • Hij heeft weinig zelfvertrouwen als hij Nederlands spreekt.He has little self-confidence when he speaks Dutch.
  • Complimenten geven kinderen meer zelfvertrouwen.Compliments give children more self-confidence.

Oefen dit woord met een game

Een korte woordquiz met de 388 woorden over Mensen en familie.

Start een game