zelfstandig naamwoord · het-woord · A1 · veelgebruikt
het weekend
Wat betekent “weekend”?
Meervoud: de weekendenLettergrepen: week·end
Betekenis
- Engels
- weekend
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Wat ga je dit weekend doen?What are you going to do this weekend?
- In het weekend werk ik niet.I don't work at the weekend.
Uitdrukkingen
- fijn weekend!have a nice weekend!
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 266 woorden over Tijd en weer.