zelfstandig naamwoord · de-woord · A1 · veelgebruikt
de maandag
Wat betekent “maandag”?
Meervoud: de maandagenLettergrepen: maan·dag
Betekenis
- Engels
- Monday
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Op maandag ga ik naar de taalles.On Monday I go to my language class.
- Maandag begint de school weer.School starts again on Monday.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 266 woorden over Tijd en weer.