zelfstandig naamwoord · de-woord · A2
de kalender
Wat betekent “kalender”?
Meervoud: de kalendersLettergrepen: ka·len·der
Betekenis
- Engels
- calendar
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Ik schrijf mijn afspraken op de kalender.I write my appointments on the calendar.
- Op de kalender van school staan alle vakanties.All the holidays are on the school calendar.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 266 woorden over Tijd en weer.