zelfstandig naamwoord · het-woord · B1
het huismerk
Wat betekent “huismerk”?
Meervoud: de huismerkenLettergrepen: huis·merk
Betekenis
- Engels
- own brand
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Het huismerk van de supermarkt is goedkoper.The supermarket's own brand is cheaper.
- Ik koop vaak huismerken.I often buy own-brand products.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 333 woorden over Winkelen en geld.