Naar de inhoud

zelfstandig naamwoord · het-woord · A2

het huishouden

Wat betekent “huishouden”?

Meervoud: de huishoudensLettergrepen: huis·hou·den

Betekenis

Engels
household; housekeeping

Dit woord krijgt “het”.

Voorbeeldzinnen

  • Mijn man en ik doen samen het huishouden.My husband and I do the housework together.
  • In dit huishouden wonen vier mensen.Four people live in this household.

Uitdrukkingen

  • het huishouden doento do the housework

Oefen dit woord met een game

Een korte woordquiz met de 332 woorden over Wonen.

Start een game
Wat betekent het huishouden? · Inburgering Nu