zelfstandig naamwoord · de-woord · A1 · veelgebruikt
de hond
Wat betekent “hond”?
Meervoud: de honden

Betekenis
- Engels
- dog
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Mijn buurman loopt elke avond met de hond.My neighbour walks the dog every evening.
- De hond blaft.The dog is barking.
- Jan heeft een hond.Jan has a dog.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 40 woorden over Natuur en dieren.