zelfstandig naamwoord · het-woord · A1 · veelgebruikt
het fruit
Wat betekent “fruit”?
Betekenis
- Engels
- fruit
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Kinderen nemen fruit mee naar school.Children take fruit to school.
- Eet elke dag groente en fruit.Eat vegetables and fruit every day.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 300 woorden over Eten en drinken.