zelfstandig naamwoord · het-woord · A2
het familielid
Wat betekent “familielid”?
Meervoud: de familieledenLettergrepen: fa·mi·lie·lid
Betekenis
- Engels
- family member
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Een familielid van mij is ernstig ziek.A relative of mine is seriously ill.
- Op de bruiloft kwamen honderd familieleden.A hundred relatives came to the wedding.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 388 woorden over Mensen en familie.