zelfstandig naamwoord · de-woord · B1
de economie
Wat betekent “economie”?
Meervoud: de economieënLettergrepen: e·co·no·mie
Betekenis
- Engels
- economy
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- De Nederlandse economie is sterk afhankelijk van handel.The Dutch economy depends heavily on trade.
- Ze studeert economie aan de universiteit.She studies economics at university.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 333 woorden over Winkelen en geld.