zelfstandig naamwoord · het-woord · B1
het budget
Wat betekent “budget”?
Meervoud: de budgettenLettergrepen: bud·get
Betekenis
- Engels
- budget
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- We hebben een klein budget voor de vakantie.We have a small budget for the holiday.
- Maak een budget, dan weet je wat je kunt uitgeven.Make a budget, then you know what you can spend.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 333 woorden over Winkelen en geld.