zelfstandig naamwoord · het-woord · A1 · veelgebruikt
het bezoek
Wat betekent “bezoek”?
Meervoud: de bezoekenLettergrepen: be·zoek
Betekenis
- Engels
- visit, visitors
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Morgen komt mijn moeder op bezoek.Tomorrow my mother is coming to visit.
- We hebben vandaag bezoek.We have visitors today.
- We krijgen morgen bezoek.We're having visitors tomorrow.
Uitdrukkingen
- op bezoek gaanto go on a visit
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 388 woorden over Mensen en familie.