Naar de inhoud

zelfstandig naamwoord · de-woord · B1

de agenda

Wat betekent “agenda”?

Meervoud: de agenda'sLettergrepen: a·gen·da

Betekenis

Engels
diary; agenda

Dit woord krijgt “de”.

Voorbeeldzinnen

  • Wat staat er vandaag op de agenda?What is on the agenda today?
  • Ik zet de afspraak meteen in mijn agenda.I put the appointment in my diary straight away.

Oefen dit woord met een game

Een korte woordquiz met de 344 woorden over Werk.

Start een game